Het studiehuis gesloopt!
22-01-2002 Het Parool
De belangrijkste onderwijsvernieuwing in Nederland
ligt al weer ver achter ons. Dat was de oprichting van de Hogere Burger
School (HBS) in 1863, waarvan het belang alleen al kan worden afgelezen
aan het aantal Nederlanders dat op die basis een Nobelprijs heeft
verworven. De onderwijshervormingen van de laatste dertig jaar hebben
geen Nobelprijswinnaars opgeleverd en zij zullen dat ook in de toekomst
niet doen.
Sinds de invoering van het 'constructief
onderwijsbeleid' aan het eind van de jaren zestig, is er sprake van een
opeenvolging van van bovenaf verordonneerde veranderingen ('hervormingen',
'vernieuwingen') die een aantal kenmerken gemeen hebben.
In de eerste plaats gaan zij nooit over mensen:
onderwijzers en (hoog)leraren aan de ene kant; scholieren, leerlingen en
studenten aan de andere. Die zijn altijd genegeerd in plannen over
schaalvergroting en nieuwe 'structuren'.
In de tweede plaats gaat het altijd om inhoudelijke
en organisatorische veranderingen die op niets anders zijn gebaseerd dan
de vooroordelen van bewindslieden, ambtenaren, en het clubje 'onderwijsvernieuwers'
dat de eersten als huisideologen heeft aangetrokken. Onderwijseconoom
Hessel Oosterbeek constateerde vorige week bijvoorbeeld dat uit
onderzoek niet is gebleken dat klassenverkleining en het gebruik van
computers tot betere leerprestaties leiden. Hij gebruikte dat als
voorbeeld voor de algemene ongefundeerdheid van het Nederlandse
onderwijsbeleid, dat hij als 'kwakzalverij' betitelde.
Inderdaad, al vele jaren wordt het onderwijsbeleid
gemonopoliseerd door luchtfietsers en wereldverbeteraars met academische
titels die geen enkele poging hebben ondernomen om op basis van
onderzoek na te gaan of hun prachtige ideeën ook gerealiseerd zouden
kunnen worden. Dit heeft hen er nooit van weerhouden af te zien van het
aandringen op nieuwe hervormingen, als de vorige mislukt waren. Zij
vonden in de jaren zeventig een willig oor bij één van hen, Jos van
Kemenade, die minister werd op basis van dezelfde overwegingen waarop
recentelijk in Amsterdam Zuidoost een frauderende Nigeriaan op de
PvdA-lijst belandde: representant van een volksdeel.
Van Kemenade was - gelukkig - een weinig effectief
bewindsman. Van zijn voorgenomen onderwijshervormingen kwam niets
terecht. Maar zijn tassendrager Jacques Wallage was later als
staatssecretaris veel behendiger in de omgang met de Tweede Kamer, net
als zijn vazal Tineke Netelenbos. Terwijl zij allebei geen benul hadden
van de zaken waar het om ging, slaagden zij er wel in om 'vernieuwingen'
als basisvorming en studiehuis door te Tweede Kamer te loodsen, geholpen
door de omstandigheid dat de zogenaamde onderwijsspecialisten van de
grote partijen daar - de laatste tijd uitgezonderd Ursie Lambrechts van
D66 - allemaal meer verlengstukken zijn van het ministerie van OC&W
dan kritische beoordelaars.
Staatssecretaris Karin Adelmund heeft nu een aantal 'vernieuwingen'
teruggedraaid. Vakken die een paar jaar geleden werden ingevoerd, bij
voorbeeld om alle leerlingen tenminste enig benul van
natuurwetenschappen bij te brengen, worden weer afgeschaft of
facultatief gesteld. Basisvorming en studiehuis bestaan alleen nog in
naam. Dit lijkt tot op zekere hoogte moedig en verstandig. Adelmund,
draait immers op voor wat Wallage en Netelenbos hebben aangericht. In de
politiek is, geloof ik, niks erger dan politici die inhoudelijk niet
over oordeelsvermogen beschikken, maar wel de Tweede Kamer ('fractiespecialisten')
kunnen bespelen en 'beleid' tot stand brengen.
Dat de basisvorming en het studiehuis op basis van de
beperkte mogelijkheden die de regering bood, grotendeels averechts
zouden werken, is al vóór de invoering overtuigend naar voren gebracht
door velen die er verstand van hadden. Ambtenaren, en in hun kielzog de
staatssecretaris en de 'onderwijsspecialisten' in de Tweede Kamer,
hebben die nu terecht gebleken kritiek in commissie genegeerd. De
medeplichtigheid van de Tweede Kamer aan dertig jaar mislukte
onderwijs'vernieuwing' maakt helaas de waarschijnlijkheid van een
noodzakelijke parlementaire enquête naar de daaraan weggegooide
tientallen miljarden uiterst onwaarschijnlijk.
De moed van Adelmund om gedeeltelijk een eind te
maken aan mislukte 'vernieuwingen' komt echter in een vreemd licht te
staan door een krantenbericht dat fracties van PvdA, VVD en D66 haar
daartoe al vóór Kerstmis in het geniep hebben gedwongen. In het geniep,
omdat het prestige van de voormalige bewindslieden Wallage en Netelenbos
niet aangetast mocht worden.
Van dat bericht ben ik behoorlijk uit het veld
geslagen. Politieke partijen en hun vertegenwoordigers in de Tweede
Kamer laten het prestige van incompentente bewindslieden blijkbaar
zwaarder wegen dan de belangen van honderdduizenden kinderen.
Eergisteravond zag ik toevallig staatssecretaris
Adelmund daarover aan de kies gevoeld door Paul Witteman. De onbetwiste
kampioene van het klets- en kakelsocialisme slaagde er overtuigend in
duidelijk te maken hoe rampzalig de onderwijspolitiek van opeenvolgende
regeringen is geweest en ook wel zal blijven, zolang de politiek
onderwijs wil 'vernieuwen'.