Kennis
of containers?
Het Parool 19-02-2003
Een tamelijk onaangename kant van
de Nederlandse politiek kwam deze week in zich via een lek in de Volkskrant. Een gezelschap hoge ambtenaren, de Centrale
Economische Commissie, adviseert de informateurs 700 miljoen euro per
jaar te gaan bezuinigen op het hoger onderwijs. Het ministerie van
Financiën ging daar ver overheen; volgens de daar gelegerde ambtenaren
kan er wel 1,9 miljard af. Dit zou kunnen door het collegegeld te
verdubbelen, de studiefinanciering voor studenten af te schaffen,
evenals hun OV-jaarkaart en de toegang tot deze tak van onderwijs te
beperken door een leeftijdsgrens in te voeren.
Er kleven drie eigenaardigheden aan deze voorstellen. De eerste
is vanzelfsprekend hun politieke karakter. In de
verkiezingsprogramma’s van CDA en PvdA, nu nog de beoogde
regeringspartijen, is geen sprake van zulke bezuinigingen; trouwens ook
niet in die van de andere politieke partijen. Kiezers hebben hier niets
in te brengen gehad. Is het dan niet vreemd dat hoge ambtenaren na de
verkiezingen met voorstellen komen, die niet voortvloeien uit ambtelijke
deskundigheid maar een verstrekkende politieke keus inhouden?
Het gaat hier namelijk niet om blinde bezuinigingsdrift; gekozen
is willens en wetens een korting – 1,9 miljard is zo’n veertig
procent van het totale budget voor hoger onderwijs – die in geen
verhouding staat tot wat over andere sectoren wordt geadviseerd. Dat
gaat al op binnen het onderwijs zelf: de ambtenaren adviseren geen
enkele bezuiniging voor het lager en middelbaar onderwijs.
De tweede eigenaardigheid is de normaliteit van dit advies. In de
afgelopen twintig jaar zijn bij elke kabinetsformatie bezuinigingen voor
universiteiten en hogescholen vastgesteld. Zelfs in de rijke jaren van paars
zijn de bezuinigingen doorgegaan, zodat de overheidsuitgaven per student
in twintig jaar met ongeveer de helft zijn gedaald. De daling van de
uitgaven is bovendien gepaard gegaan met steeds zwaardere belasting van
de docenten. Van hen wordt al sinds jaar en dag verwacht dat zij steeds
meer studenten steeds intensiever begeleiden.
In deze jaren is op het lager en middelbaar onderwijs niet
bezuinigd. Dat kreeg er geld bij. Veel baat heeft dit niet gebracht, het
is met honderden miljoenen weggesmeten aan onderwijshervormingen die
door hun falen de noodzaak aan weer nieuwe hervormingen opriepen. Het is
niet ten goede gekomen aan de kwaliteit van het lager en middelbaar
onderwijs. Wanneer komt er een parlementaire enquête naar de kosten
en opbrengsten van het ‘constructief onderwijsbeleid’ dat
vierendertig jaar geleden met de invoering van de Mammoetwet is begonnen
en naar mijn schatting tientallen miljarden heeft gevergd met als
uitkomst de neergang van het onderwijs in Nederland?
De derde eigenaardigheid gaat over de inhoud van de voorgenomen
bezuinigingsmaatregelen. Deze richten uitsluitend op de studenten. Zij
moeten twee keer zoveel collegegeld gaan betalen, bij een gelijkblijvend
niveau aan onderwijsvoorzieningen.
De studiefinanciering, die sinds de
invoering midden jaren tachtig een steeds lager bedrag per student
oplevert, verdwijnt helemaal, evenals de gratis OV-jaarkaart. Vergeten
is kennelijk dat deze indertijd juist is ingevoerd als een
bezuinigingmaatregel: de kosten van de kaart werden bovenmatig in
mindering gebracht op de studiefinanciering. Om te studeren moeten
studenten het geld maar lenen – als ze het niet van hun ouders
krijgen. Dit is al jaren de ‘filosofie’ van het ministerie, dat
daarmee altijd het gat heeft gerechtvaardigd tussen wat minimaal nodig
is om als student te leven en het bedrag dat deze aan studiefinanciering
ontvangt. Maar de ‘filosofie’ werkt niet. In plaats van te lenen,
nemen studenten bijbaantjes. Tweederde werkt naast, en ook ten koste,
van de studie. Want de verkorting van de studieduur heeft tot een
intensifering van de opleidingen geleid, die niet toelaat dat men
daarnaast nog dagen (of nachten) bijverdient.
Aangezien het hoger onderwijs echter wordt ‘afgerekend’op het aantal
studenten dat slaagt, leidt de ‘filosofie van het lenen’ niet zozeer
tot uitval van studenten, maar tot verlaging van het examenniveau.
De ambtelijke bezuinigingsvoorstellen laten de voosheid zien van
de verhalen over de Nederlandse kenniseconomie. Dankzij een merkwaardige
samenloop van omstandigheden zijn zij bekend geworden in precies
dezelfde week dat het ministerie van Verkeer & Waterstaat publiek
maakte dat de exploitatie van de Betuwelijn jaarlijks een verlies van 15
à 25 miljoen euro op zal brengen. Over de jaarlijkse rente en
afschrijvingskosten - naar schatting het tienvoudige – zweeg het ministerie.
Alle grote partijen -
inclusief de LPF vóór 22 januari – hebben steeds gekozen voor
bezuinigingen op het hoger onderwijs om het geld in de bodemloze put te
storten en zo een half dozijn Rotterdamse overslagbedrijven vorstelijk
te subsidiëren. Liever containers door het land dan kennis in de hand.
Bart Tromp