PvdA: Alweer politiek vernieuwd
Het Parool:06-11-2001
Voor de derde keer in twaalf jaar
presenteerde de Partij van de Arbeid een vernieuwde lijst van kandidaten
voor de Tweede Kamer. Dit gebeurde in een voetbalstadion, een van de
vele onbenullige vondsten waarmee de campagneteams van de grote partijen
ons in de komende maanden lastig zullen vallen. Uitgangspunt van een
hedendaagse campagne is immers dat de aandacht van de kiezer vooral niet
moet worden afgeleid naar programmatische inhoud.
Van het nieuwe, 'olympische', PvdA-team
maakt Judith Belinfante geen deel uit. Ze heeft geen nieuwe kandidatuur
aanvaard, nadat ze vier jaar geleden als hoogste nieuwkomer op de
PvdA-lijst (de tiende plaats) tot de volksvertegenwoordiging toetrad.
In een interview in Vrij
Nederland verklaarde zij zich nader, in even larmoyante termen als
vier jaar geleden in hetzelfde weekblad bij haar toetreden. Toen meldde
zij niet eerder in de positie te zijn geweest om lid te worden van de
partij namens wie zij een kandidatuur voor de Tweede Kamer had
geaccepteerd. De interviewer liet na te informeren wat het dan wel was
geweest dat haar in een vrij land onmogelijk had gemaakt lid van de PvdA
te worden. Ook of het niet wat vreemd was om zonder enige politieke
ervaring of enig politiek engagement Kamerlid te willen worden, als je
al vijfendertig jaar volwassen bent.
Judith Belinfante werd na haar
verkiezing onmiddellijk lid van het fractiebestuur en een paar maanden
later fractiesecretaris. Daarover klaagt ze nu in alle toonaarden,
evenals als over het gewone Kamerlidmaatschap.
Dat klagelijke staat mij tegen.
Het is haar allemaal overkomen. Maar daar was zij toch zelf bij? Als zij
het niet had gewild was zij geen Kamerlid op plaats tien geworden. Als
zij het niet had gewild was zij geen fractiesecretaris geworden. Als zij
de moeite had genomen van tevoren te weten te komen wat het
Kamerlidmaatschap inhoudt en aan onaangename kanten met zich mee brengt,
was zij er niet zo door verrast toen ze eenmaal verkozen was.
Onnozelheid is geen deugd, zeker niet een politieke.
Ook klaagt ze erover dat ze de 'niet
altijd even dankbare taak' had de tegenstand tegen het beleid van
staatssecretaris Van der Ploeg te verminderen.'Dat was soms pijnlijk'.
Inderdaad. De redactie van het wetenschappelijk tijdschrift van de PvdA,
Socialisme & Democratie, nodigde haar twee jaar geleden uit
voor een gastcolumn. Het begon er mee dat het Kamerlid geen weet van het
bestaan van dit tijdschrift bleek te hebben; vervolgens gebruikte ze de
invitatie voor een niet erg sterke lofrede op de staatssecretaris. Dat
Kamerleden er zijn om het regeringsbeleid kritisch te volgen, ook als
zij lid van een regeringspartij zijn, was niet tot haar doorgedrongen.
Kortom: Judith Belinfante klaagt
in feite zichzelf aan. Onbezonnen is zij op haar 55e zonder enige
voorbereiding in de politiek gestapt en daar vastgelopen. Dat zij in die
vier jaar niets geleerd heeft maak ik op uit haar mededeling dat ze
achteraf zichzelf ongeschikt acht voor de Tweede Kamer, maar graag een
staatssecretariaat zou hebben geaccepteerd.'Ik ben meer bestuurder dan
politicus'.
De gênante wijze waarop dit al
bijna voormalige Kamerlid haar politieke onbenul demonstreert heeft
echter een keerzijde. Dat is die van de door de wol geverfde politici
die haar ertoe overhaalden om Kamerlid te worden, kennelijk niet op
grond van haar politiek kwaliteiten, die zij immers nergens en nooit had
gedemonstreerd.
Nee, het geval Belinfante
demonstreert hoe in politieke partijen de idee van representativiteit en
verkoopbaarheid de overhand heeft gekregen op politieke kwaliteit als
eis om gekandideerd te worden.
Politieke democratie is gebaseerd
op het principe van vertegenwoordiging. Dit kan echter op tal van
manieren worden opgevat. Territoriaal, naar geslacht, naar leeftijd,
naar afkomst, naar rijkdom, naar godsdienst - ga zo maar door. In onze
politieke democratie stond echter voorop dat kandidaten een bepaalde
politieke visie representeren. Daarmee proberen politieke partijen zich
van elkaar te onderscheiden.
Naarmate partijen programmatisch
nietszeggender worden, zoeken zij echter representativiteit op andere
basis, met kandidaten die 'representatief' worden geacht voor een
bepaalde doelgroep. Of ze geschikt zijn voor de politiek, of ze zich
daarin bewezen hebben - dat is dan van ondergeschikt belang. Zo worden
mensen meedogenloos en met veel poeha in de Tweede Kamer gelanceerd - om
na vier jaar even meedogenloos, maar nu met stille trom, weer aan de
kant te worden gezet, als ze al niet al ver daarvoor gedesillusioneerd
de Kamer hebben verlaten of het lidmaatschap als een tussenstapje in hun
particuliere loopbaanplanning hebben gebruikt. Dat is de balans van de 'vernieuwing'
in de PvdA sinds 1994.
Bart Tromp