Omzien in wrok: Jacques Wallage en de basisvorming
03-01-2001 Het Parool
In een recent interview (NRC/Handelsblad,
30 december 2000) blikte Jacques Wallage, tegenwoordig burgemeester van
Groningen, kriegel terug op de huidige problemen met de basisvorming.
De basisvorming werd zeven jaar
geleden onder zijn verantwoordelijkheid als staatssecretaris ingevoerd.
Sindsdien krijgen leerlingen in alle vormen van middelbaar onderwijs de
eerste jaren eenzelfde lesprogramma van vijftien vakken. Doel van de
basisvorming is ervoor te zorgen dat iedere leerling een basispakket aan
kennis en vaardigheden verkrijgt. Ander doel was het uitstel van de
definitieve schoolkeuze.
Vorig jaar bracht de
Onderwijsinspectie een vrij vernietigend rapport uit over zeven jaar
basisvorming; in november concludeerde de Onderwijsraad dat de
belangrijkste doelstellingen van de basisvorming onvoldoende werden
gerealiseerd. Doorgaan op de ingeslagen weg vond de raad heilloos; het zou
niet vanzelf wel goed komen.
Wallage maakt zich echter
verschrikkelijk kwaad op mensen die van mislukking van de basisvorming
spreken. Verbolgen is hij ook op de socioloog Kees Schuyt, die het
wetsontwerp over de basisvorming in 1992 al 'een compromis van een
compromis van een compromis' had genoemd. En dat was nog vóór de Tweede
Kamer met ruim honderd wijzigingsvoorstellen voor de dag kwam. Schuyt was
voorzitter van de adviesgroep van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR) geweest die het oorspronkelijk plan voor de
basisvorming heeft opgesteld.
Wallage noemt Schuyts gelijk 'het
gelijk van de studeerkamer'. In de politiek moet nu eenmaal water bij de
wijn worden gedaan. Wallage deed echter geen water bij de WRR-wijn, maar
antivries. Het oorspronkelijke plan voorzag in twee niveaus waarop de
basisvorming zou kunnen worden afgesloten. Door Wallage is dat veranderd
tot één, en dat blijkt een van de voornaamste oorzaken van de mislukking
die van hem niet mag heten.
Deze wijziging was niet zozeer een
compromis tussen twee standpunten, maar een welbewust besluit de
basisvorming om te buigen in de richting van de middenschool, het ideaal
van Wallages mentor Van Kemenade als minister van Onderwijs in het kabinet-Den
Uyl. De middenschool moest sociale ongelijkheid in het onderwijs
verminderen door kinderen, ongeacht hun kennis, interesse en begaafdheid,
tot hun zestiende bij elkaar in één klas te zetten. Als minister zette
Van Kemenade een aantal experimentele middenscholen op. Maatschappelijke
weerstand en zijn polariserende stijl zorgden ervoor dat het bij die
experimenten is gebleven.
Het merkwaardige van al deze plannen
om sociale ongelijkheid te verminderen door structurele veranderingen in
het onderwijs is dat ze op zand zijn gebouwd en met water zijn geschreven.
In 1989 wijdde het maandblad Socialisme
& Democratie het eerste nummer van zijn vijftigste jaargang aan
een terugblik op Joop den Uyl en zijn eerste en enige kabinet. Dat trad
aan met de leuze 'het terugdringen van de bestaande ongelijkheid in
inkomen, bezit, macht en kennis'. De Groningse hoogleraar
onderwijssociologie Jules Peschar boog zich in dat nummer over de vraag
wat er van die 'spreiding van kennis' terecht was gekomen. Hij deed dat
door het beleid van Van Kemenade in een internationaal vergelijkend
perspectief te plaatsen. Zijn conclusie was ontnuchterend. Grootscheepse
onderwijshervormingen bleken niet of nauwelijks van invloed op een
verandering van onderwijskansen. Sterker nog, zo schreef hij,
grootschalige en structurele onderwijshervormingen zullen veranderingen in
het onderwijs vaak juist frustreren, omdat 'burocratische elementen de
overhand krijgen'.
Van Kemenade reageerde laaiend en
kwalificeerde Peschars artikel als 'een verzameling van onjuistheden,
halve waarheden en tendentieuze suggesties'. Het was de reactie van iemand
die in zijn geloof wordt aangetast en diezelfde houding spreekt ook uit
het interview met Wallage. Dat zijn basisvorming wel eens niet zou kunnen
deugen is onbestaanbaar en mag niet eens geopperd worden. Wat er mis is
gegaan ligt aan allerlei andere zaken: leraren die verkeerd lesgeven,
scholen die te klein zijn, grote scholen die verkeerd georganiseerd zijn,
ouders die hun kinderen de best mogelijke opleiding willen geven en nog
meer van zulke verstorende factoren. Hier spreekt de klassieke
tunneldenker. In de voormalige Sovjet-Unie bestond voor zulke goedpraterij
een formule: aan het plan was niets mis, het was alleen niet uitvoerbaar
geweest.
Wallage vindt het bovendien veel te
vroeg om van een mislukking te kunnen spreken. Zo'n vernieuwing heeft tien
tot vijftien jaar nodig om tot wasdom te komen.
De voormalige staatssecretaris vindt
het kennelijk geen enkel probleem dat aan zijn onderwijsvernieuwing tien
tot vijftien jaargangen scholieren worden opgeofferd. Dit is het
huiveringwekkende van het 'constructieve onderwijsbeleid' dat Nederland nu
al dertig jaar teistert: de scholieren, leerlingen, studenten en
onderwijzers, leraren en hoogleraren zijn er voor het onderwijsbeleid.
Niet andersom.
Bart Tromp
|