Werkgroep Stad

De wedergeboorte van het publieke domein

Di 27 Dec 2011 - Uit de werkgroep stad

'De stad Den Haag is af,' betoogde de stadstedenbouwer Erik Pasveer onlangs op een lezing in Delft. Grote stedelijke uitbreidingen zoals de Vinex, uitgestrekte bedrijventerreinen of kantorenparken zijn niet meer te verwachten in de komende periode. De grote tijd van alles kopen, alles slopen is voorbij. De financiële crisis, economische crisis, verandering van lifestyle, het nieuwe werken en de demografische veranderingen vragen allemaal om een 'mindset' in het omgaan met de stad en haar bewoners. Niet de kwantiteit maar de kwaliteit is het grote geheim van de stad.

De topdown gestuurde stedelijke transformaties waarbij bedrijven, bewoners, bebouwing worden verplaatst en verwijderd en waar men met een schone lei begint, staat niet meer in de belangstelling van financiers, een buitenkans voor de bevolking. Met de financiële crisis van 2008 kwam een einde aan deze specifieke vorm van grootschalige gebiedsontwikkeling, waarbij vooral de grondpositie en vermeerdering van de grondwaarde doorslaggevend was. Het motief voor stedelijke transformatie was geld verdienen door vermeerdering van de waarde van de grond door pensioenfondsen, projectontwikkelaars, beleggers in onroerend goed en gemeenten die de eigen kas wilde spekken. De Binckhorst werd het symbool van deze vorm van gebiedsontwikkeling met het groteske plan van OMA. Hierbij was sprake van een discontinuïteit van het stedelijk geheugen omdat de bewoners en de bedrijven weg moesten, gebouwen gingen allemaal plat. Het 'publiek domein' of de 'civil society' werd daarbij volledig genegeerd en geruïneerd. In veel woonwijken werd een relatief goedkope woonvoorraad gesloopt. In het ergste geval bleef het bouwterrein dan jaren leeg (zoals nu in Duindorp, Rivierenbuurt de zandvlakten wachten op een investeerder), panden dichtgetimmerd (Stationsplein) en dat heeft een ruïneuze invloed op de stad en zijn bewoners. De stad is er voor de burgers en niet voor de institutionele beleggers.

Slow-city-building

Tegenwoordig worden veel ideeën geopperd, men spreekt van 'organische stedenbouw', 'duurzame stedenbouw', 'bottom-up-benadering', 'slow-city-building', 'creatieve stad', 'spontane stad' etc. Als men de zaak cynisch bekijkt kan men ook spreken van terug naar de laissez fair, uit het verleden weten we hoe dat kan ontaarden. Een nieuw evenwicht moet er gevonden worden tussen wat er gaande is in het 'publiek domein' en de tactiek van de gemeente. Positief is dat bewoners en bedrijven van de stad weer centraal komen te staan bij stedelijke transformaties. Men gaat uit van een historische continuïteit bij stedelijke transformaties processen. Men ziet de al aanwezige bewoners en bedrijven weer staan. Het 'publiek domein' is terug in de stad! Niet meer alles kopen en alles slopen, maar een zorgvuldige en chirurgische stedenbouw, een stedelijke acupunctuur binnen de bestaande omgeving die het stedelijke geheugen respecteert: de bestaande bebouwing en de al aanwezige bewoners en bedrijven. Transformatiestrategieën die in de stad gaande zijn moeten een perspectief bieden voor ontwikkelingen in de komende periode. Daarvoor is van gemeentezijde een duidelijke visie nodig.

Op de 'Internationale Biënnale Leegstand & Herbestemming' in Maastricht dachten vastgoedspecialisten, stedenbouwers, geografen en studenten diep na over de 'mindset'. Deze archipel van gedachten werd door Job Roos van de afdeling RMIT van de Faculty of Architecture TU-Delft samengevat in zeven principes. De zeven pilaren voor de komende jaren waarbij met slow-city-building onze steden tot duurbare steden transformeren.

1 What you see is what you get
Steden zijn elkaars concurrenten geworden in het aantrekken en behouden van bewoners, bezoekers en bedrijven. Maak een aantrekkelijke, schone en veilige stad en openbare ruimte voor iedereen. Voor bewoners, voor bedrijven en voor bezoekers. Gebruik veel beter de eigen kwaliteiten van de stad in plaats van iets 'nieuws' van ver. In de regio van Nederland is er al sprake van krimp, op termijn ontkomen daar ook de steden niet aan. De komende 10 à 20 jaar zal er weinig meer worden bijgebouwd. Anticipeer hierop met een visie en nieuwe rollen voor de overheid, burgers en private partijen. Wat je ziet is wat je hebt.

2 Tactics instead of strategy
Denk niet in blauwdrukplannen, kopieer niet blind de succesnummers uit ander steden of fabriceer geen megaplannen maar maak gebruik van de aanwezige kwaliteiten. Programmeer, faciliteer en stimuleer activiteiten die al gaande zijn bij de burgers in de stad in plaats van zelf te gaan ontwikkelen. Ontdekt de kwaliteiten in de eigen stad, de bestaande bouwwerken de bestaande parken. Overweeg een nieuw balans tussen oude en nieuwe bebouwing.

3 Get moving
Leer de bestaande stad te herwaarderen te herbestemmen in plaats van af te breken. Stimuleer tijdelijk gebruik en zet herbestemming in vanuit activiteiten die al gaande zijn in de stad. Ga uit van de mogelijkheden en niet van wat niet kan. Sloop nooit de goedkope woningvoorraad want goedkope woningen kan men nooit meer terugbouwen.

4 Minimal intervention / maximum effect
Soms zorgt een kleine ingreep voor veel beweging en effect in wijken en buurten, zoals een stadstuin als Emmashof of wellicht ooit in de Tasmanstraat. Niet overal is hoogdravende en kostbare 'evenementenarchitectuur' nodig om een stad aanzien te geven. Zoek oplossingen op andere schaalniveaus in de wijken en de buurten van de stad.

5 Buildings are people
Zoek aansluiting bij lokale thema's en ontwikkelingen. Lokale connecties zorgen voor beweging, draagvlak en procesversnelling. Potenties zitten in onverwachte hoeken. Maak gebruik van de het 'publiek domein' of 'civil society'. Waarden van gebouwen liggen niet intrinsiek aan het gebouw zelf ten grondslag maar is mede waarden die door de bewoners en gebruikers wordt toegekend en wordt mede bepaald door de kwaliteit van de openbare ruimte rondom de gebouwen.

6 Glocal: think global, act local
Global en local zijn geen tegenstellingen zoals vaak wordt gesuggereerd door de politiek, het zijn aspecten. Steden zijn al sinds prehistorie min of meer global, eenvoudigweg om dat ze altijd deel waren van een netwerk van economische relaties. Vanuit het 'local' werden in het verleden meer 'global' zaken teweeg gebracht in de stad dan men zich realiseert. Elk gebouw en elke wijk heeft wel iets local en iets global. Wij zijn allemaal een beetje global' en 'local'. Wij zijn allemaal een beetje van beiden: glocal.

7 Creativity & Community
Pamper de creatieve industrie, faciliteren en stimuleer jongen mensen en zzp’ers met ideeën en beginnende bedrijfjes. Bijvoorbeeld zoals bij de Cabellerofabriek op de Binckhorst. Investeer in duurzaamheid en duurbaarheid van de stad, ontwikkel nieuwe technieken om beter om te gaan met de bestaande stad in plaats van 'alles kopen, alles slopen'.

Leo Oorschot