Werkgroep Stad

Op weg naar een duurzaam Den Haag

Zo 3 Jul 2011 - Uit de afdeling

Den Haag heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. De stad is al goed op weg en er lopen veel projecten. Denk bijvoorbeeld aan Erasmusveld, dat de duurzaamste wijk van de wereld moet worden. Natuurlijk is Den Haag niet de enige stad met ambities op het gebied van duurzaamheid. Zo wil Rotterdam vooroplopen bij het verminderen van de CO2-uitstoot, door vijftig procent CO2 te reduceren voor 2025. Wat kunnen wij als gemeente Den Haag leren van de duurzaamheidsaanpak in andere steden?

Duzan Doepel heeft samen met de Rotterdamse Dienst Stadsontwikkeling en de TU Delft een onderzoeksrapport gemaakt dat ingaat op het verminderen van de energievraag in de stedelijke omgeving. Zij zagen dat er grote winst is te halen op wijkniveau als gebouwen energie met elkaar kunnen uitwisselen. Hoe en op welke manier dat zou kunnen en wat dit betekent voor nieuwbouwprojecten, stedelijke planning en de bestaande voorraad, is door Duzan Doepel, coauteur van het rapport REAP (Rotterdam EnergieAanpak en -Planning) ‘Op naar een CO2-neutrale stedenbouw’, toegelicht in de bijeenkomst van de werkgroep stad op 16 juni.

Het rapport laat zien dat Rotterdam kiest voor een nieuwe vierstappenstrategie. Deze aanpak voegt ten eerste een belangrijke nieuwe stap in, na de vraagreductie en toepassing van duurzame bronnen, en koppelt er ten tweede een afvalstrategie aan vast (daarmee is ze ook mede geïnspireerd door de cradle to cradle-filosofie):
1 Reduceer de vraag (door slim en bioklimatisch ontwerpen)
2 Hergebruik reststromen
3 Pas duurzame bronnen toe en zorg dat afval voedsel is
4 Los de resterende vraag schoon en efficiënt op

Voor de uitwerking van deze strategie kiest Rotterdam (en dit kan zo door Den Haag worden overgenomen) voor de volgende maatregelen:
1 Duurzame energiebronnen toepassen. Over niet al te lange tijd hebben we simpelweg geen andere bronnen meer.
2 Gebruikmaken van de aanwezige energiepotenties. Dit is een lokale invulling van de eerste maatregel: we kunnen wel duurzame energie van elders importeren, maar als dit op de plek zelf niet wordt gewonnen, is dat een gemiste kans.
3 Reststromen beter benutten. Zodra een gebouw of stedelijk gebied in gebruik is, ontstaan afvalstromen die we kunnen inzetten in de energieketen. We doen het alleen nog zelden. Dit kan het realiseren van de inzet van duurzame bronnen helpen, doordat de beginvraag wordt gereduceerd.
4 Slim en bioklimatisch ontwerpen van gebouwen. Dit betreft het intelligent inzetten van de lokale omstandigheden – klimaat, ondergrond, omgeving – in het ontwerp van gebouwen en wijken, een manier van ontwerpen die gebouwen en gebieden niet meer als contextloze objecten beschouwt.
5 Energie besparen in de bestaande gebouwenvoorraad. Dit laatste blijft helaas keihard nodig omdat tachtig tot negentig procent van de gebouwde omgeving van 2025 (de termijn waarop Rotterdam zijn CO2-emissies moet hebben gehalveerd) om al bestaande gebouwen gaat, die vaak verre van energie-efficiënt zijn.

Deze Rotterdamse aanpak kan zo door de gemeente Den haag worden overgenomen bij het maken van een integrale presentatie van het milieu- en duurzaamheidsbeleid (inclusief bijbehorende maatregelen en tijdspaden), waarvan de gemeenteraad onlangs heeft besloten dat die er binnen twee jaar zou moeten komen. Door te leren van wat andere gemeenten al tot stand hebben gebracht en door goede samenwerking met die gemeenten en provincies zou dat sneller moeten kunnen. Er is al zoveel kennis beschikbaar. Laat zo’n plan vooral niet alleen iets zijn van het gemeenteapparaat. Het Haags Milieucentrum, het op te richten Klimaatcentrun, corporaties, energiebedrijf, en ieder (bedrijf) met ideeën en kennis kunnen daarvoor prima inbreng leveren. Bij een duurzame samenleving hoort burgerparticipatie. We kunnen het alleen voor elkaar krijgen als we samenwerken. Alle hens moet aan dek!

Frits van Erpers Roijaards, voorzitter werkgroep stad