Uit de afdeling

Jeugdherinneringen van J.J. Voskuil

Wo 21 Apr 2010 - Uit de afdeling

Met de cyclus Het bureau schreef J.J. Voskuil (1928-2008) de dikste roman uit de literatuurgeschiedenis. Nu is er postuum een aanmerkelijk dunner boek van hem verschenen onder de titel Jeugdherinneringen en bevat twee verhalen: 'Alleen op de wereld' en 'Mijn socialistische jeugd', met het Den Haag van tussen de wereldoorlogen als achtergrond.

'Alleen op de wereld', een titel die onmiskenbaar ontleend zal zijn aan het gelijknamige kinderboek van
Hector Marlot en wellicht als 'het eerste dikke boek' door vele generaties is gelezen. Zeer zeker in socialistische kring, al was het maar omdat Hector Marlot een nauwe band had met Jules Vallés, een vooraanstaand figuur in de arbeidersopstand van 1871 in Parijs, beter bekend als de Commune van Parijs.

Voskuils relaas over 'alleen op de wereld' is bescheidener en herkenbaar, omdat het om eerste en daardoor vaak nimmer vergeten indrukken gaat. Ook omdat ze door het bijzondere iets onuitwisbaars hebben. Zoals de Siberisch koude winter van 1928, zijn eerste contacten met de wereld en de mensen om hem heen in de Bloemenbuurt van de jaren twintig.

Zijn tweede verhaal, 'Mijn socialistische jeugd', is tegelijkertijd een herinnering, een biografische schets van zijn vader Klaas Voskuil – de naoorlogse hoofdredacteur van de krant Het Vrije Volk – en een sfeertekening van de SDAP tussen de wereldoorlogen in Den Haag. Als J.J. Voskuil het verschil beschrijft tussen zijn vader en grootvader over hoe ze in het leven stonden, komt daardoor meteen het verschil tussen de SDAP van voor de Eerste Wereldoorlog en daarna indirect naar voren.

De grootvader van J.J. Voskuil was een sterk sociaal bewogen mens, maar geen partijlid. Het socialisme van Klaas Voskuil, zijn vader, was abstracter en verzette zich tegen verschijnselen en begrippen, zoals de werkloosheid. Eigenlijk tekende dit de SDAP van voor de Eerste Wereldoorlog, met een sterke en optimistische drang tot verandering, dus de generatie van Voskuils grootvader, en de generatie sociaaldemocraten van na de Eerste Wereldoorlog, waartoe Klaas Voskuil behoorde. Die generatie was aanmerkelijk pessimistischer en door oorlog een illusie armer geworden.

In het relaas van J.J. Voskuil komt dit sterk tot uitdrukking in de tekening van zijn vader als persoon. Die sfeer heeft er met name toe geleid dat tussen de wereldoorlogen de SDAP met name een politiek van verzet, verweer en protest heeft gevoerd en dat is eigenlijk een vrij defensieve politiek geweest. Dat leidde ertoe dat aan het einde van de jaren dertig het hoogst noodzakelijk werd om een nieuwe impuls aan de partij te geven door middel van het Plansocialisme – en dat is maar ten dele geslaagd.

Het mag duidelijk zijn dat door de Tweede Wereldoorlog die pessimistische stemming eigelijk werd versterkt, wat in de beschrijving van J.J. Voskuil ook tot uitdrukking wordt gebracht op grond van de gesprekken met zijn vader. De Partij van de Arbeid kreeg dus na de Tweede Wereldoorlog een leiding die dubbel was getekend door de oorlogen in Europa en dat verklaart ook misschien ten dele waarom ze in de jaren zestig eigenlijk veel moeite hadden met het fenomeen Nieuw Links en andere sociale bewegingen, waarvan ze de opstelling weliswaar verwierpen, maar vaak niet op een inhoudelijke grond. Dat was eigenlijk iets van een lagere orde. Nee, de botsing kwam eigenlijk meer voort uit het uitbundige en optimistische van de maakbaarheid van de samenleving aan de vooravond van de ontluikende consumtiemaatschappij. Dat was een cultuurbotsing en dat wordt eigenlijk tussen de regels door goed beschreven.

De vader van J.J. Voskuil werd op 2 december 1895 geboren vlak naast het gebouw De Atlas te Zwolle, waar een jaar eerder de SDAP werd opgericht. Na enige omzwervingen kwam hij in Den Haag terecht en ging werken voor het Dagblad Vooruit, de Haagse editie van Het Volk en zou daar later redactiechef van worden tot aan het begin van de bezetting. In zijn hoedanigheid als redactiechef heeft hij de later van de Kronkels in Het Parool bekende schrijver Simon Carmiggelt aangenomen. De herinneringen van J.J. Voskuil lopen door tot aan het einde van de bezettingsjaren en dan gaat Klaas Voskuil op verzoek van Drees de naoorlogse krant Het Vrije Volk in Amsterdam leiden.

Als beschrijving van de sfeer en de betekenis van de SDAP is het een lezenswaardig boek. Maar op een punt laat zijn geheugen hem in de steek en dat is de locatie van het Dagblad Vooruit, waarvan ook een mooie fotoafbeelding in het boek. Het redactielokaal stond niet op de hoek van de Prinsengracht en de Varkensmarkt, maar op de hoek van de Prinsengracht 55 en de Lange Lombardstraat, vlak bij
de Drie Stoepen, waar de partij en verschillende vakbonden hun kantoren hadden.

Rypke Boon
PvdA-lid