Werkgroep Stad

Maak van de Spuivlakte een SpuiPLEIN

Zo 22 Nov 2009 - Frits van Erpers Roijaards

Den Haag heeft een paar fraaie pleinen, het Plein, de Plaats, de Grote Markt en zelfs het nieuwe Muzenplein, om er een paar te noemen. Pleinen die goed verbonden zijn met elkaar. En dan is er het Spuiplein. Het is eigenlijk geen plein, het is een verbreding van het Spui en is een kale en winderige vlakte. De gebouwen omvatten het niet, er zijn geen pleinwanden met aantrekkelijke gebouwen en functies. Er is nauwelijks iets te doen. Waarom zou je er willen zijn?

En toen was er een initiatief om beide theaters aan het plein af te breken en de theaters op elkaar te stapelen als een toren: prijskaartje zeker 200 miljoen euro. Een plan gemaakt door het ‘wereldberoemde’ bureau OMA van Rem Koolhaas. Je zou denken dat Den Haag dan weer een echt plein rijker is. Vergeet het maar. Voor heel veel belastinggeld blijft de vlakte net zo naargeestig als die nu is, en wordt die door de toren nog winderiger. De theaters zullen er zitten er nog geïsoleerder zijn en bruisen zal het er niet. Voor de komende vijftig jaar is dan een kans verkeken er een echt plein te maken. Want wat we allemaal willen is dat het Spuiplein een echt plein wordt.

Wat maakt een vlakte in de stad tot een aantrekkelijk plein? Een goed plein is een plek in de stad waar je wil zijn, waar wat gebeurt en waar je wil blijven en kán blijven. Een aantrekkelijke verblijfsruimte. Een plein moet voelen als een kamer in de stad. Beslotenheid, en herkenbaarheid zijn erg belangrijk. De wanden van een plein moeten een zekere harmonie hebben voor de stedeling begrijpelijk. Een windgat is geen plein, het blaast de bezoekers weg. Een plein heeft ook een aantal logische en herkenbare doorgangen nodig, die ook nog ergens heen gaan. Die gaan naar waar je als voetganger wil zijn. Het zijn ook relatief kleine doorgangen zodat de wandeling boeiende uitzichten biedt. Een plein voor mensen heeft behoefte aan de menselijke maat.

Kortom: aan het Spuiplein moet heel wat gebeuren, voordat het een echt plein is. Maar het kan een echt plein worden, als het de kans maar krijgt.

Het plan zoals het er nu ligt is, is eigenlijk geen plan voor het plein, het gaat alleen over vervanging van de theaters. Het is een plan waarbij oorspronkelijke hoge toren als het ware omgevallen is: het is een enorm groot blok net zo hoog als het stadhuis: pakweg veertig meter. Zo’n blok aan het Spuiplein kost veel geld maar levert nog steeds geen plein op dat een echte bijdrage zou kunnen zijn aan het kloppend hart van cultureel Den Haag. Op zo’n plein kom je alleen als niet anders kan – als je naar theater gaat en daarna ga je gauw ergens anders heen.

Er ligt geen stedenbouwkundig plan dat van de kale windvlakte een bruisend plein gaat maken. En dat plan moet er komen voordat er op een geloofwaardige manier verder getekend kan gaan worden aan gebouwen. Want zo’n stedenbouwkundig plan bepaalt hoe de gebouwen aan het plein moeten komen te staan, wat de maten mogen en moeten zijn, en wat het karakter van de randen van het plein moet zijn. In het huidige plan is dat volstrekt verwaarloosd! We willen natuurlijk allemaal een plein waar wat te beleven valt: de gebouwen aan de randen moeten open zijn voor publiek. Ook overdag. Geen tientallen meters gesloten spiegelende glazen wanden, waar je nergens naar binnen kan. Of een gesloten blok zoals Hulshof. Dat type winkels past niet aan een plein.

Ook hoort een stedenbouwkundig plan het plein en de gebouwen goed in te passen in de omgeving. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen achterkanten aan de straten mogen voorkomen: dat is nu wel het geval en levert akelige plekken op.

Er moet dus eerst een geloofwaardig stedenbouwkundig plan komen voor het Spuiplein en omgeving. Een plan dat gedragen wordt door de Haagse bevolking. De architecten selectieprocedure komt dus veel te vroeg en moet gestopt worden. Er is simpelweg nog geen opgave. Zonder goed plan hoe van het Spuiplein een echt plein te maken, is het inhuren van een architect voor een enkel gebouw weggegooid geld. Hij kan het in veler ogen dan alleen maar fout doen.

Dus: stop de architectenselectieprocedure, maak op basis van bovenstaande overwegingen een stedenbouwkundig plan dat ruimtelijk en financieel een aantrekkelijk vergezicht biedt en zoek daar dan pas een handvol architecten bij. Twintig jaar geleden bij de Resident werkte het ook Op die manier krijgt Den Haag voor veel minder geld, een veel beter Spuiplein.