Overig nieuws
- Geslaagde bijeenkomst in Loosduinen
- Sharia in de Schilderswijk?
- PvdA ontevreden over voortgang Kunstenplan
- Financieel overschot moet terug naar de stad
- PvdA: Meer geld nodig voor aanpak jeugdwerkloosheid
- Den Haag wordt Fairtrade Gemeente!
- Met het duurzaamheidscentrum op weg naar een Duurzaam Den Haag
- Kandidaatstelling gemeenteraadsverkiezingen 2014
- Wat wil jij met Europa?
Nieuwsbrief
Uit de afdeling
Verslag Politiek café in ‘Het Gemak’
Di 18 Mrt 2008 - Maarten de Heer
De laatste bijeenkomst dit seizoen in het politieke café van de Haagse afdeling was 14 maart j.l. in ‘Het Gemak’ aan de Paviljoensgracht. Daar verzorgt de Vrije Academie met assistentie van het Gemeentemuseum tentoonstellingen van kunst eerst uit Irak en nu uit Afghanistan.
Het onderwerp van het politieke café was internationale solidariteit, waarover Jan Pronk als de vleesgeworden representant daarvan de aftrap gaf. Pierre Heijnen maakte vanuit het nationale en stedelijk perspectief een aantal relativerende kanttekeningen. Anouschka Laheij leidde het gesprek en zorgde er zo voor dat de inleiders hun standpunt zo concreet mogelijk toelichtten en dat ook de goed gevulde zaal de kans kreeg van zich te laten horen.
Jan Pronk is onlangs voorzitter geworden van een partijcommissie die een ontwerp verkiezingsprogramma opstelt voor de verkiezingen van de leden van het Europese parlement. Die verkiezingen zullen in april volgend jaar worden gehouden. Pronk opende zijn verhaal met de stelling dat het slappe ‘Europa, best belangrijk’ van het vorige kabinet Balkenende bij het referendum van 2005 plaats moet maken voor ‘Europa zeer belangrijk, niet alleen in de wereld maar ook voor Nederland en voor u als burger’. Wat hij daarna naar voren bracht als standpunt over wat er internationaal moet worden aangepakt heeft volgens hem alleen een kans als de Europese Unie zich daarvoor inzet. Nederland is te klein om dat alleen voor elkaar te krijgen.
Jan Pronk noemde een aantal belangrijke vraagstukken waarmee we te maken hebben. De verandering van het klimaat door menselijk toedoen heeft consequenties voor iedereen. We moeten er op rekenen dat wat nu in kuststreek van ons land, dus ook in Den Haag, gebeurt naar het hoger gelegen Oosten van het land moet worden verplaatst. Er wordt veel te weinig gedaan om een verdere verslechtering van het klimaat tegen te gaan en in Europa laten we ons door de energie leverancier Rusland uit elkaar spelen.
Nu al is het duidelijk dat de arme landen in de wereld de grootste rekening moeten betalen: de conflicten in Afrika zijn in wezen een strijd om het bestaan. Zo strijdt men om de mogelijkheid om over voldoende water te beschikken. De consequentie is dat men vandaar naar het rijke westen komt en daarmee hier de onderklasse vergroot met alle problemen die daarbij horen.
Deze spanningen krijgen ook nog een cultureel en ideologisch karakter waaraan wij in het Westen bijdragen doordat wij ons bijvoorbeeld tegen de Islam afzetten. Daarmee wordt in vele arme landen het gevoel benadeeld te worden alleen maar groter. Het is de brandstof voor een wereldbrand waarvan het terrorisme het begin is.
Wij in de rijke landen hebben er dus zelf belang bij solidariteit te tonen met het de armen in de wereld. Maar we vinden het nodig eerst nog even alleen voor ons zelf te zorgen. Wij hebben het in vergelijking met de rest van de wereld heel goed maar denken: eerst nog wat groeien, dan is er pas ruimte voor die solidariteit. Als die groei een feit is willen we nog eens uitstel en we doen dan tenslotte niets aan die solidariteit. Integendeel, onze regeringen steunen de verkeerde regiems in de arme landen. Straks gaat ook Nederland de regering in Tsjaad steunen terwijl die de oppositie in het land onderdrukt.
Wij hebben in het verleden de ontwikkelingslanden de mogelijkheid van de groei van hun eigen productie van bijvoorbeeld landbouwprodukten ontnomen met onze bescherming en subsidies.
Pierre Heijnen stelde dat de bereidheid om zich voor internationale problemen in te zetten bij de PvdA minder is dan vroeger. Toen gold de slogan ‘Onze strijd, hun strijd, internationale solidariteit’. Het ging toen om de bevrijdingsoorlogen die een eind aan het kolonialisme maakten. We spaarden er de doppen van melkflessen voor!
Maar nu is het allemaal ingewikkelder. Er zijn geen koloniën meer. Door de globalisatie hebben de mensen het ook in die arme landen veel beter gekregen, al zijn de inkomensverschillen in die landen wel groter geworden. Omdat de mensen in ons land nu veel reizen kunnen ze dat zelf waarnemen. Zij vertrouwen de regeringen en grote hulporganisaties niet meer. Ze willen wel wat concreets doen maar dat dan zoveel mogelijk zelf doen zodat men kan zien wat er met het geld gebeurt.
Als er calamiteiten zijn, zoals de overstromingen door een tsunami, is een grote bereidheid om daar geld voor te geven. Er is dus wel een gevoel van internationale solidariteit, maar het is anders dan vroeger, namelijk niet meer via de politiek. Voor een op de ontwikkelingslanden gericht beleid moet er een draagvlak zijn en daarvoor zouden die landen bijvoorbeeld zelf iets moeten doen aan de grote kloof tussen arm en rijk in eigen land.
Over de dreiging van het veranderende klimaat zei Heijnen optimistischer te zijn dan Pronk. Er is veel vindingrijkheid in de wereld die ons al eerder heeft heen geholpen door dit soort problemen. Nu praat niemand meer over de zure regen die ons vroeger zo bedreigde. Inderdaad, we gebruiken steeds meer energie, maar de bevolkingscijfers lijken in West Europa te dalen, dus dat betekent ook minder verbruik.
De komst van mensen uit de arme landen leidde tot het integratieprobleem waarmee volgens Heijnen fatsoenlijk moet worden omgegaan. Maar de mensen hier moeten het wel kunnen verwerken. De instroom via huwelijken met daarvoor in Turkije of Marokko gekozen vrouwen en mannen moet worden tegengegaan omdat daar alleen maar nog meer integratieproblemen door ontstaan.
Na deze voorzet van de twee inleiders waarvan hier enkele hoofdlijnen zijn weergegeven volgde de discussie. Anouschka Laheij stelde de vraag waarom de Nederlandse politiek er niet slaagt het medeleven van de bevolking bij internationale problemen als rampen en oorlogen om te zetten in een aansprekend beleid.
Voor Pronk is dat te verklaren uit de onwil van politci om de problemen te zien vanuit het perspectief van arme landen. Daar vindt de onderliggende klasse terecht dat de rijke landen met twee maten meten door van arme landen op het gebied van mensenrechten en democratie beleid te eisen waaraan men zelf vaak niet voldoet en die ook van de trouwe bondgenoten van het Westen niet worden verlangd. De rijke landen steunen steeds de verkeerde regiems.
Heijnen wees er op dat mensen maar in beperkte mate ingrijpende veranderingen kunnen verdragen en dat er daarom voor bijvoorbeeld bij de integratie tijd nodig is. De politiek moet uiteraard de burgers beschermen en moet daarom El Qaida en ander terrorisme bestrijden.
Vanuit de zaal werd herinnerd aan het vele geld dat via de eigen machthebbers in ontwikkelingslanden verkeerd terecht is gekomen. We blijken ons ook vaak te hebben vergist: indertijd was Mugabe een leider in de strijd tegen het kolonialisme en moest dus door ons progressieven worden gesteund en nu is hij een verwerpelijk anti-democraat. Hoe vinden we op het ogenblik degenen die terecht aanspraak op onze solidariteit kunnen maken? Wat kunnen we doen als China de Olympisch Spelen mag organiseren terwijl het daar met de mensenrechten bepaald niet orde is. Men zou zich bij de hulp op drie punten moeten richten: leerkrachten, wegen aanleggen, micro crediet geven voor plaatselijke ondernemers. Zijn sommige landen wel in staat om tot een hogere welvaart te komen met respect voor mensenrechten?
Heijnen zei dat we met onze terechte kritiek op China niet moeten vergeten dat bijvoorbeeld onze bondgenoot de Verenigde Staten ook op het gebied van mensenrechten niet brandschoon is. China is overigens bezig met een omvangrijke emancipatie die nog lang niet klaar is, en daar moet wel rekening mee worden gehouden.
Het draagvlak van de kiezer voor internationaal beleid is belangrijk: de uitslag van het referendum over de Europese grondwet was voor de partij een koude douche, die zeker ook is te verklaren door weerzin tegen het toenmalige kabinet Balkenende maar daaruit toch niet alleen. We moeten volgens Heijnen veel investeren in de aanpak van internationale onderwerpen en we zullen moeten matigen maar we kunnen niet te ver voorop gaan lopen.
Jan Pronk vond dat van de Olympische Spelen (voor hem vooral een commerciële aangelegenheid) gebruik moet worden gemaakt onze zorg over de mensenrechten duidelijk te maken. We moeten ons richten tot de onderliggende klasse in ondemocratische arme landen en degenen die daar hun belangen verdedigen. Er moet ook geleerd worden van vroeger gemaakte fouten, zoals de Nederlandse steun met militaire goederen van Saddam Hoessein. We moeten niet denken dat andere volken niet zelf in staat zijn hun problemen op te lossen en moeten dat in ieder geval aan de mensen daar overlaten. Breng Nederlandse standpunten in bij de EU dan hebben ze meer kans gerealiseerd te worden. Het internationale bedrijfsleven zal aan normen moeten worden gebonden. De veroorzakers van de internationale geldcrisis moeten worden aangepakt.
Beide inleiders waren het eens met ‘leraren, wegen en micro crediet’ als basis voor onze ontwikkelingssamenwerking. Zij ook wezen op het belang van de houding van de jeugd. Jan Pronk zei dat kinderen aanvankelijk veel belangstelling hebben voor anderen, ook internationaal, maar dat die aandacht door het verdere onderwijs lijkt te worden onderdrukt. Dat moet veranderen. De jeugd moet kritisch blijven, vragen stellen en als het antwoord ze niet bevalt acties opzetten om te laten zien dat ze het ernst is. Weiger besmette producten te kopen, haal je geld van de rekening van een bank die dictators financiert.
Heijnen wees op de grote mogelijkheden van moderne communicatie. Help de politiek door zelf internationale contacten te leggen en internationaal campagne te voeren.
Het was kortom een levendige bijeenkomst die door Anouschka Laheij bekwaam bij de les werd gehouden. Uit enkele peilingen bleek dat de overgrote meerderheid van de aanwezigen vond dat de partij meer moet doen aan internationale politiek en dat het goed is dat Nederland meedoet aan militaire missies voor vrede en veiligheid.
Maarten de Heer
17 maart 2008
Reageer
Reageren kan op twee manieren:
- Met je naam en e-mailadres: je moet je reactie per e-mail bevestigen.
- Met je eigen account: je reactie wordt automatisch geplaatst. Hiervoor moet je wel eerst registreren en inloggen.
Dossier
Foto albums
- Wijkspreekuur ReVa
- Algemene Ledenvergadering 27 maart
- Politiek café over cultuureducatie
- ALV 29 november 2011
- De Vlietzone en de toekomst
- Afsluiting van het politieke seizoen
- Stadswandeling met Marnix Norder - deel 1
- 2 maart 2011 - Stem PvdA!
- Algemene Ledenvergadering 14 september 2010
- Afsluiting politiek seizoen: boottocht de Ooievaart
- Werkgroep Ouderenbeleid bezoekt Midden-Delfland
- PvdA Sinterklaas campagneactiviteit
- Campagne op de Leyweg + verkiezing campaigner van het kwartaal
- Meer Rood op Straat - 6 september
Agenda
PvdA-Ombudsteam in ReVa
Do 6 Jun 19.00 - 21.00 uur
Flyeren voor wijkspreekuur Zuidwest
Za 8 Jun 13:00 – 15:00 uur
