Jeltje van Nieuwenhoven |
|
||
Ik woon inmiddels ruim vijftien jaar in Den Haag, een stad waar ik al veel langer als Tweede Kamerlid werkte. In die jaren heb ik mijn stad letterlijk en figuurlijk enorm zien veranderen. Grote delen van het centrum en de daaraan grenzende woonwijken werden opgeknapt en de stad breidde zich uit met nieuwe woon en werkgebieden. De bevolking veranderde ook sterk. Naast de echte Hagenezen kwamen er uit vele windstreken nieuwe Hagenezen bij. Ik ben trots op mijn Den Haag, een stad waarin de afgelopen tijd hard en met resultaat gewerkt is om voor al die Hagenaars een gezamenlijke toekomst veilig te stellen.
Trots ben ik wanneer ik op de nieuwe Haagse Hogeschool kom, waar jongeren met vaak totaal verschillende komaf werken aan hun toekomst als projectmanager, financieel specialist of leraar.
Ik ben trots op de bevlogen docenten van het Johan de Witt vlak bij mij om de hoek die met alle inzet kinderen van meer dan honderd nationaliteiten bij de les weten te houden en daarmee – natuurlijk met vallen en opstaan- verder weten te helpen in hun toekomstperspectief.
Den Haag is van oudsher een stad van tegenstellingen. De stad van de scheiding tussen het zand en het veen. Een stad van hoeden en petten. Die grote verandering in bevolkingssamenstelling kan deze tegenstellingen verscherpen en levert onmiskenbaar juist in onze tijd de nodige problemen op. Toch is er maar één manier om verder te gaan. Hagenaars zullen het de komende jaren met elkaar moeten doen en schouder aan schouder moeten werken aan een gezamenlijke toekomst. Zonder de problemen rond integratie te ontkennen maar juist op de manier zoals in de afgelopen jaren ook met de mensen aan de stad gewerkt is in te zetten op een gezamenlijke aanpak.
Het is een tijd van tegenwind. Nederland zit in zwaar weer en ongetwijfeld krijgt Den Haag daar ook mee te maken. En ook de Partij van de Arbeid heeft het lastig. In een tijd waarin populisme de overhand heeft en in plaats van integratie soms luid verkondigd wordt dat groepen nieuwkomers beter op kunnen donderen. Wij laten ons als Partij van de Arbeid onze stad niet ontglippen. Samen willen we stad zijn. Zonder de ingrijpende gevolgen van mondialisering en immigratie te willen ontkennen. We staan voor vooruitgang maar ook in de traditie van emancipatie van groepen die hun kansen in Den Haag en in ons land nadrukkelijk verdienen. Niet wegpesten maar samen optrekken. Dat moet het motto zijn.
De Partij van de Arbeid is ten nauwste met de geschiedenis van de sociale democratie van Nederland verbonden, ze heeft haar bijdrage geleverd en zal dat blijven doen.
Er staat nu heel veel op het spel. Toen Den Uyl “de toekomst onder ogen” in 1986 moest afronden pende hij als slotzin neer “de boel bij elkaar houden, dat is het dus”.
Ik zeg vandaag “de boel weer bij elkaar brengen” dat is wat ik wil en daarom ben ik graag Haags lijsttrekker van de Partij van de Arbeid voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010.